Zuid Schalkwijkerweg, Haarlem:

mooi wonen aan het water

Landelijk wonen aan het water en toch vlakbij de Haarlemse binnenstad. Dat is Haarlem Buiten. We gaan hier, op het voormalige terrein van Tjaden, een buurtschapje realiseren met kleinere en grotere gebouwen. Het plan bestaat uit 11 gebouwen van verschillende omvang met in totaal 32 woningen.

Alle woningen zijn verkocht. Meer informatie is te vinden op de website www.haarlembuiten.nl.

Unieke locatie

Het is een unieke plek aan het eind van de Zuid Schalkwijkerweg, aan de kop van het Spaarne. Van oudsher was het een bedrijfsterrein met werkplaatsen, loodsen en kantoren. De prachtige ligging tussen water en groen zal een vakantiegevoel geven. Via een idyllische route ben je zo in hartje Haarlem. Kortom, een unieke locatie!

Plan

Het uitgangspunt van de te bouwen woningen is dat ze passen in het omringende weidelandschap. De woningen staan gedraaid ten opzichte van elkaar, zodat er doorkijkjes ontstaan in de richting van de polder en het water. Er komen plekken aan het water die voor iedereen toegankelijk zijn. Wij kochten de grond (ca. 15.880 m2) samen met AIVM van de familie Tjaden.

Plattegrond woningen Haarlem Buiten

“Het is een enorm vervallen gebied, waar we een unieke plek om te wonen van gaan maken.”

De venige en drassige oeverlanden waren een makkelijke prooi voor de niet te temmen ‘Waterwolf’.

 

De Waterwolf

De vorm van het gebied is ontstaan ten tijde van de inpoldering van de Haarlemmermeer. Ooit was het Haarlemmermeer, met een oppervlakte van bijna 17 duizend hectare, het grootste meer van Holland. Vanwege het woeste en landvretende karakter kreeg het de bijnaam de “Waterwolf”.

In de 17e eeuw maakte Jan Adriaenszoon Leeghwater plannen om het Haarlemmermeer droog te malen. Maar Leiden wilde zijn lucratieve visrechten niet kwijt en Haarlem vreesde voor afnemende inkomsten door minder scheepvaart. Ook was er weinig vertrouwen in de technische haalbaarheid van een droogmakerij op deze schaal.

Droogmalen

Eind 1836 hadden twee stormen het water tot de poorten van Leiden en Amsterdam opgejaagd. Een jaar later besloot Koning Willem I dat het meer moest worden drooggemalen. Uniek was dat de droogmaking volledig met stoomkracht werd verricht in plaats van met windmolens. Uiteindelijk viel het meer op 1 juli 1852, afgesloten door een ringdijk, droog. Het nieuwe land werd vooral gekocht door rijke lieden uit de grote steden, die de grond vervolgens aan boeren verpachtten.

Gemaal de Cruquius

Een van de gemalen die werd gebruikt voor de drooglegging was het Gemaal De Cruquius bij Heemstede (1849). Dit gemaal werd in 1933 buiten gebruik gesteld en is nu een museum. Het museum vertelt het verhaal over de droogmaking van het Haarlemmermeer, over de kracht van de 19e-eeuwse stoomtechnieken en de eeuwenlange strijd tegen het water.

Deze website maakt gebruik van cookies om ervoor te zorgen dat u de beste ervaring op onze website krijgt. Lees meer